Afstemming met andere standaarden

Organisatie van standaardisatie

Geo-standaardisatie is een internationaal proces. Ontwikkelingen in standaarden op internationaal en Europees niveau, werken door op nationaal niveau. Geonovum beheert de geo-standaarden die nodig zijn om de geo-informatie infrastructuur te laten werken. Daarvoor werken wij samen met verschillende internationale standaardisatie organisaties. Ook nationaal werken wij met standaardisatie organisaties samen. Daarbij gaat het veelal om het op elkaar afstemmen van domeinspecifieke standaarden en om afstemming tussen geo-standaarden en de i-overheid.

Geonovum behartigt de Nederlandse belangen voor geo-standaarden door actief mee te draaien binnen de internationale standaardisatiefora ISO/TC 211 en het Open Geospatial Consortium (OGC), en op Europees niveau in CEN/TC 287 (slapend). Deze drie standaardisatie organisaties maken technische geo-standaarden die Nederland semantisch invult. Deelname in deze fora bestaat onder meer uit deelname aan de werkgroepen die standaarden ontwikkelen en aanpassen. Daarnaast volgen wij de ontwikkelingen bij W3C, OMG en OASIS, die zich bezighouden met standaarden voor ICT. Geonovum zorgt ervoor dat nieuwe en veranderde internationale geo-standaarden, indien relevant en door Nederland ondersteund, geadopteerd en erkend worden in Nederland.

Nationaal werken wij samen met onder meer infrastructurele standaardenorganisaties als ICTU en Logius, beide actief op het gebied van de i-overheid, en diverse sectorale organisaties, zoals Brandweer Nederland, CROW, Stichting RIONED en de Waarderingskamer. Onze nationale standaarden zijn ontwikkeld op basis van Europese en internationale standaarden, aangevuld met de voor Nederland geldende specifieke eisen. Op het moment dat een nationale standaard is ontwikkeld geldt dat deze nationale standaard of specificatie leidend is. Is er geen nationale standaard, dan geldt de Europese standaard en bij gebrek daaraan of omdat de internationale standaard de Europese of nationale behoefte afdekt geldt een internationale, wereldwijde standaard.

Wij maken een onderscheid in generieke standaarden en sectorale standaarden. De generieke standaarden zorgen ervoor dat de geodata infrastructuur kan functioneren. Zij borgen basisfunctionaliteiten als het kunnen vinden van informatie (metadata), het presenteren ervan (visualisatie) en het via het web uitwisselen van data (webservices). Dit soort standaarden is bijvoorbeeld onontbeerlijk voor het Nationaal georegister. De sectorale standaarden noemen we ook wel informatiemodellen. Informatiemodellen leggen de betekenis vast van begrippen (de semantiek) en de structuur waarin gegevens worden vastgelegd. Hierdoor kunnen verschillende partijen binnen een sector dezelfde interpretatie geven aan uitgewisselde gegevens.

Aquo sluit aan op andere standaarden en informatiemodellen en daartussen vindt afstemming plaats. Alle informatiemodellen enten we op het nationale NEN3610 model dat op haar beurt weer is afgestemd op het Europese INSPIRE, dat weer is afgestemd op ISO. Hierdoor zijn gegevens, in elk geval in technische zin, internationaal uitwisselbaar.

Standaarden driehoek.png

Afstemming met ISO19156

Het IM Metingen is door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) en het Informatiehuis Water (IHW) samen ontwikkeld en wordt nu gezamenlijk beheerd. Het betreft een informatiemodel dat direct onder de NEN3610 is gepositioneerd.

De basis van IM Metingen wordt gevormd door de ISO standaard ‘Observations and Measurements' – ISO19156. Er is gekozen voor een internationale standaard om zo de uitwisseling ‘over de grens' te vereenvoudigen. Maar ook voor een organisatie die zelden of nooit over de grens uitwisseld heeft het IM Metingen voordelen. Immers, door gebruik te maken van een internationale standaard wordt het eenvoudiger voor (inter)nationale leveranciers om deze standaard te gaan ondersteunen. IM Metingen breidt de ISO standaard uit met voor Nederland specifieke kenmerken, zoals de toepassing van de Aquo-domeintabellen.

Afstemming met INSPIRE

INSPIRE, ofwel de Europese Kaderrichtlijn Infrastructure for Spatial Information in Europe, is in 2007 vastgesteld door de Europese Commissie met als doel de uitwisseling van geografische milieu informatie tussen overheden te bevorderen. In het kader van deze richtlijn zijn standaarden ontwikkeld voor de ICT diensten (‘services'), het vastleggen van metadata en de uitwisseling van gegevens. Deze standaarden zijn allen zeer concreet in wat er op welke manier uitgewisseld moet worden. Omdat INSPIRE ook recht moet doen aan de verscheidenheid van de Europese landen is het verplicht uit te wisselen deel relatief beperkt.

Binnen Nederland is Geonovum de partij die de regie voert over de implementatie van INSPIRE en op een specifiek deel van hun website valt hier alles over te lezen. U vindt daar onder andere de eisen die INSPIRE stelt op het gebied van metadata, dataspecificatie en ontsluiting. Ook zijn er validatietools om te testen of (metadata)bestanden en services aan de eisen voldoen. Alle Nederlandse datasets die zijn gepubliceerd in het kader van INSPIRE zijn terug te vinden in het Nationaal Georegister.

Afstemming met NEN 3610

De NEN3610 is het Basismodel voor Geo-informatie en als zodanig een NEN standaard. De standaard wordt formeel beheerd door een NEN normcommissie waarin ook vanuit Aquo wordt geparticipeerd. Het praktische beheer is belegd bij Geonovum. Vanuit Aquo is stevig meegeschreven aan de meest recente versie van de standaard (NEN3610:2011). Het Aquo informatiemodel (IMWA) is afgestemd op de NEN3610 en valt als zogenaamde ‘sectormodel' onder deze standaard. De NEN3610 kan niet als zelfstandige standaard worden gebruikt; zonder implementatie in een sectormodel heeft deze geen toegevoegde waarde. Andere sectormodellen zijn bijvoorbeeld IMGeo (Informatiemodel Grootschalige topografie), IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) enzovoort.

Afstemming met IMGeo

IMGeo is het informatiemodel dat ten grondslag ligt aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). In dit model zijn op een hoog abstractie niveau alle geografische objecten (bijvoorbeeld gebouwen, wegen, waterlopen) opgenomen die men in Nederland kan tegenkomen. Dit zijn tevens de objecten die straks uit de BGT opgevraagd kunnen worden. IMGeo legt meer vast dan via de BGT beschikbaar komt. Het resterende deel heet de zogenaamde plus topografie.

Waar in het verleden iedere sector zelfstandig objecten definieerde, is dat met de komst van de BGT verleden tijd geworden. Immers heel Nederland is straks al beschikbaar via deze registratie. Om die reden is dan ook besloten om de Aquo-modellen te gaan verenigen met IMGeo. Daarbij moet IMGeo de basis vormen en bijvoorbeeld IMWA de specifieke uitbreiding voor het waterbeheer. Bij het uitbreiden van IMGeo voor de watersector lopen wij tegen specifieke punten aan, waarvoor een aanpassing van IMGeo gewenst is. Deze wijzigingen spreken we door worden met Geonovum, de beheerder van IMGeo.

Afstemming met SIKB0101

De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodem (SIKB) is een netwerkorganisatie, waarin overheid en bedrijfsleven samen praktijkgerichte kwaliteitsrichtlijnen maken voor (water)bodembeheer en archeologie. Eén van de protocollen die door de SIKB wordt beheerd is het protocol SIKB0101 voor de uitwisseling van (water)bodemdata. Het protocol bestaat al geruime tijd, maar op 18 juni 2013 is dit protocol voor het eerst vastgesteld in combinatie met IM Metingen (zie hieronder). Dit betekent dat (water)bodemkwaliteitsgegevens voortaan conform IM Metingen moeten worden uitgewisseld.

De Aquo-standaard kent een lange relatie met de SIKB0101 standaard. Immers, die standaard gaat over bodem en raakt daarmee aan zowel waterbodem als aan grondwater. Daarom hebben het SIKB en het IHW in 2012/2013 gezamenlijk het informatiemodel Metingen (IM Metingen) ontwikkeld, zodat de uitwisseling van de gegevens voor de bodem- en waterwereld eenduidig kan plaatsvinden. Ook het beheer van IM Metingen voeren het SIKB en het IHW gezamenlijk uit.

Afstemming met SEADATANET

Om zowel in Aquo-formaat als in SeaDataNet-formaat gegevens over waarnemingen te kunnen uitwisselen is er een mapping gemaakt tussen deze twee formaten en de daarbij behorende domeintabellen. Deze mapping kan gebruikt worden om zelf het ene formaat in het andere te converteren. De opdrachtgever van deze mapping is het Informatiehuis Marien, die tot doel heeft alle mariene informatie en onderzoeksgegevens over de Noordzee op één plek toegankelijk te maken voor belangstellenden, overheden en professionals.

SeaDataNet is opgericht door de EU. Dit net richt zich op de ontwikkeling van een Europese infrastructuur voor mariene gegevens die via één portaal toegankelijk zijn. Gegevens en producten van 36 landen in en om Europa zijn op die wijze eenvoudig te raadplegen. Deze informatie is van vitaal belang voor een verscheidenheid aan studies, van klimaatverandering tot offshore engineering. Om gegevens in één portaal toegankelijk te krijgen, is het noodzakelijk om te standaardiseren. Als elke partij de gegevens op zijn eigen manier zou aanleveren dan wordt het lastig om gegevens van verschillende partijen met elkaar te vergelijken. Elke gebruiker van deze gegevens zal dan eerst zelf, naar eigen inzicht, een vertaalslag moeten uitvoeren. Dat is natuurlijk niet wenselijk.

Daarom is er voor eenduidige gegevensuitwisseling met het SeaDataNet portaal ook een aantal SeaDataNet-formaten gespecificeerd met onderliggende domeintabellen. Dit is onder andere gedaan voor de uitwisseling van gegevens over waarnemingen. In de Aquo-standaard is voor dit soort gegevens echter ook een uitwisselformaat met domeintabellen gespecificeerd. Om dezelfde waarnemingen vanuit een SeaDataNet-formaat naar Aquo-formaat om te zetten, of andersom, is een mapping gemaakt. Op termijn zal deze mapping vanuit een domeintabel vervangen worden door een linked data oplossing.