FAQ Uitwisseling Biologie – Meetlocatie, Meetpunt, Monsterpunt, Monster

Hieronder treft u de meest gestelde vragen over Uitwisseling Biologie –  Meetlocatie, Meetpunt, Monsterpunt, Monster. Staat uw vraag er niet tussen? Kijk dan eens in één van de andere FAQ's op deze pagina. Kunt u daarin uw vraag ook niet vinden, neem dan contact op met onze servicedesk.


Wat definieert een meetlocatie?

De waterbeheerders bepalen zelf aan welke meetlocaties de resultaten van bemonsteringen en (rechtstreekse)metingen worden toegekend. Door in de tijd meerdere metingen aan dezelfde meetlocatie te koppelen kunnen trendanalyses worden uitgevoerd. Als de daadwerkelijke meting/monstername ver buiten de meetlocatie plaatsvindt, kan een waterbeheerder een nieuwe meetlocatie aanmaken, maar dat hoeft niet. Alleen de waterbeheerder kan deze keuze op inhoudelijke basis maken.
De definitie van meetlocatie in Aquo-lex luidt: ’De aanduiding van de plaats waar een meting is verricht of waarvoor een Monitoringprogramma is opgesteld’.

Terug naar de paginatop

Hoe moet worden vastgelegd dat het monster op een ander XY-coördinaat is gemeten dan de XY-coördinaat van de meetlocatie?

In de ecologie wordt, evenals in de chemie, een meetlocatie in de tijd regelmatig gemonitord. Een meetlocatie heeft XY-coördinaten. Anders dan in de chemie wordt in de ecologie de bemonstering niet op exact hetzelfde XY-coördinaat uitgevoerd. Dat kan soms ook helemaal niet omdat er een vlak of lijn wordt bemonsterd, of omdat het monster wordt samengesteld uit meerdere deelmonsters in een gebiedje.
Met het nieuwe IM Metingen Aquo kunnen  bij een monster(object) XY-coördinaten worden vastgelegd/uitgewisseld, die kunnen afwijken van de XY-coördinatoren van de bijbehorende meetlocatie. Met UM Aquo Metingen kan dit niet.

Terug naar de paginatop

Wat is het verschil tussen een meetpunt en een meetobject?

Een meetpunt is een aanduiding van een fysieke plaats waar een meting is/wordt verricht. Omdat een meting soms – bij biologische monitoring – niet op een punt wordt verricht, maar op een lijn of in een vlak, hanteert IM Metingen de term Meetobject. Dit kan dus zowel een meetpunt, bemonsteringspunt, monsterpunt, meetvlak, proefvlak, lijn, of vistraject zijn. Bij een meetobject kan in Aquo de geometrie van alle drie geometrische primitieven worden vastgelegd. Meetpuntinformatie kan bijvoorbeeld in CSV-formaat kan worden uitgewisseld en een meetobject in Shapefile-formaat.

Terug naar de paginatop

Wat is het verschil tussen een KRW-monitoringlocatie en een meetlocatie?

Een KRW-monitoringlocatie is een meetlocatie die is opgenomen in het KRW-monitoringprogramma. Deze KRW-monitoringlocatie kan gelijk zijn aan een meetlocatie, maar heeft mogelijk een andere code/identificatie. Soms is daarbij de code alleen anders doordat de KRW-monitoringlocatie de prefix ‘NL[tweecijferige code waterbeheerder].’bevat, bijvoorbeeld ‘NL02_’. Overigens worden in het Waterkwaliteitsportaal deze prefix en de meetlocatiecode van de waterbeheerder gescheiden opgeslagen. In de toekomst kunnen meetwaarden dan met de originele meetpuntcode van de waterbeheerder worden aangeleverd.
Een KRW-monitoringlocatie kan ook ‘virtueel’ zijn; feitelijk bestaan uit meerdere meetlocaties / meetpunten / monsterpunten. De relatie tussen een KRW- monitoringlocatie en de onderliggende meetpunten moet in het bronsysteem worden vastgelegd. In de biologische monitoring voor de KRW is vaak één – virtuele – KRW-monitoringlocatie per waterlichaam gedefinieerd.

Terug naar de paginatop

Hoe leg ik het KRW-watertype vast bij een meetpunt?

Het KRW-watertype is een eigenschap van een waterlichaam, net zoals de KRW-Status. In een goed bronsysteem is ook vastgelegd in welk waterlichaam een meetpunt ligt. Met deze relatie kan dan het KRW-watertype van het meetpunt bepaald worden. Door deze relatie wordt ook voorkomen dat meetpunten die in hetzelfde waterlichaam liggen een verschillend KRW-watertype hebben.

Terug naar de paginatop

Kan er een STOWA/EBEO-watertype worden vastgelegd bij een meetpunt?

Ook de STOWA/EBEO-watertypes zijn een eigenschap van een watersysteem en niet van een meetpunt/meetlocatie. In een goed bronsysteem is vastgelegd in welk watersysteem een meetpunt ligt. Bij het watersysteem is dan het STOWA/EBEO -watertype vastgelegd. De STOWA/EBEO -watertypes zijn opgenomen in de Aquo-domeintabel ‘WatertypeKwalitatief’.

Deze domeintabel bevat ook watertypes uit de oude CUWVO-lijst die in de STOWA/EBEO-indeling om pragmatische redenen zijn samengevoegd. De STOWA/EBEO typen zijn primair gedefinieerd voor de beoordeling van de waterkwaliteit.

Terug naar de paginatop

Hoe kan bij het toetsen aan de KRW-maatlatten het juiste KRW-watertype worden gehanteerd?

Bij het toetsen van biologische meetwaarden aan de natuurlijke maatlatten moet het juiste KRW-watertype bekend zijn. Als meetwaarden horen bij een formele KRW-monitoringlocatie – uit het KRW-monitoringprogramma – dan is ook bekend in welk KRW-waterlichaam het ligt. Daarmee is het relevante KRW-watertype bekend.

Bij het uitwisselen van meetwaarden voor een KRW-beoordeling moeten ze altijd gekoppeld zijn aan een formele KRW-monitoringlocatie. Dat moet gebeuren als de meetwaarden in het bronsysteem zijn opgeslagen onder verschillende meetpunten (die behoren tot dezelfde ‘virtuele ‘KRW-monitoringlocatie).

Terug naar de paginatop