FAQ Uitwisseling Biologie – Fytoplankton

Hieronder treft u de meest gestelde vragen over Uitwisseling Biologie –  Fytoplankton. Staat uw vraag er niet tussen? Kijk dan eens in één van de andere FAQ's op deze pagina. Kunt u daarin uw vraag ook niet vinden, neem dan contact op met onze servicedesk.


Kan het aantal individuen van een soort worden vastgelegd/uitgewisseld?

Bij analyse van fytoplankton wordt met de term ‘individu’ iets anders bedoeld dan de gangbare betekenis. Het betreft dan namelijk een ‘waarneming’ van een soort met een gemiddeld aantal cellen. Als een soort gemiddeld uit 10 cellen bestaat, en er is één exemplaar bestaande uit 20 cellen waargenomen, dan spreekt men van 2 zogenaamde ‘individuen’. Het Handboek Hydrobiologie raadt het tellen van ‘individuen’ af. Het is daarom in de Aquo-standaard niet mogelijk een telling van fytoplankton vast te leggen als aantal ‘individuen’. Wel kan uiteraard het aantal waargenomen exemplaren worden vastgelegd.

Terug naar de paginatop

Hoe moeten tellingen worden vastgelegd?

Volgens het werkvoorschrift van het Handboek Hydrobiologie moet het resultaat van tellingen worden vastgelegd in het aantal waargenomen cellen. Volgens Aquo worden dan o.a. de volgende gegevens vastgelegd:
Grootheid: ‘Aantal per volume’
Parameter (biotaxon): de betreffende fytoplanktonsoort
Eenheid: ‘exemplaren per milliliter’ (n/ml), of andere eenheid met dezelfde eenheiddimensie, bijvoorbeeld n/l.
Hoedanigheid: ‘uitgedrukt in cellen’ (code: cel)
Compartiment: ‘Oppervlaktewater’.

Als de hoedanigheid ‘NVT’ wordt gebruikt, dan wordt bedoeld dat het aantal exemplaren is geteld. Een dergelijke meetwaarde heeft daarom nauwelijks enige betekenis.

Terug naar de paginatop

Kunnen ook waarnemingen van het aantal coenobio, filamenten of kolonies worden vastgelegd?

 

Ja. Als bij de telling van fytoplankton het aantal coenobio, filamenten of kolonies wordt geteld, dan zijn dit waarnemingen van een bepaalde fractie van de fytoplanktonsoort. Deze fractie heeft dan betrekking op de levensvorm van de fytoplanktonsoort . Volgens Aquo worden dan o.a. de volgende gegevens uitgewisseld:Grootheid: ‘Aantal per volume’Parameter (biotaxon): de betreffende fytoplanktonsoortEenheid: ‘exemplaren per milliliter’ (n/ml), of andere eenheid met dezelfde eenheiddimensie, bijvoorbeeld n/l.Hoedanigheid: ‘uitgedrukt in cellen’ (code: cel)Compartiment: ‘Oppervlaktewater’. Levensvorm: ‘Levensvorm – cel’ of ‘Levensvorm – coenobia’ of ‘Levensvorm – filament’ of ‘Levensvorm – kolonie’.

Terug naar de paginatop

Kan in één meetwaarde zowel het aantal exemplaren als het aantal cellen worden vastgelegd?

Nee. Volgens de Aquo-standaard is er dan sprake van twee waarnemingen ofwel twee meetwaarden.
In een userinterface van een bronsysteem zouden beide meetwaarden wel in één regel kunnen worden ingevoerd of geraadpleegd.

Terug naar de paginatop

Hoe is zichtbaar volgens welke methode het biovolume van fytoplankton is berekend?

Het biovolume van een fytoplanktonsoort kan op twee manieren worden bepaald volgens het Handboek Hydrobiologie (paragraaf 7B.10 Biovolumebepaling). Als dit onderscheid gemaakt moet worden, dan moeten hiervoor twee aparte waardebepalingsmethode in Aquo worden aangevraagd.

De overige kenmerken kunnen o.a. als volgt worden vastgelegd:

Grootheid: ‘Volume’ Dus geen ‘Biovolume’, dat is geen echte grootheid, maar een object.
Parameter (biotaxon): de betreffende fytoplanktonsoort.
Eenheid: ‘kubieke millimeter per liter’ (mm3/l), of andere eenheid met dezelfde eenheiddimensie.
Hoedanigheid: ‘Niet van toepassing’ (code: NVT).
Compartiment: ‘Oppervlaktewater’.

Terug naar de paginatop